Logo One Planet

Allosaurus

Het Allosaurusfossiel in een vroegere opstelling
Het Allosaurusfossiel in een vroegere opstelling

De Allosaurus van Museon-Omniverseum is 8 meter lang en bij de kop 3,30 meter hoog. De heupen bereiken een hoogte van 2,70 meter. De Allosaurus is gevonden op het grondgebied van een “private ranch” op de grens van Utah en Wyoming in de Verenigde Staten, dertig kilometer ten oosten van de plaats Jensen.

Bijna compleet

Onze Allosaurus is behoorlijk compleet gevonden. Van de ontbrekende delen zijn van een andere allosaurus afgietsels gemaakt. Het betreft een onderkaakhelft, enkele delen van de poten, een aantal ribben en de uitsteeksels van een aantal wervels die maar zelden bewaard blijven. De rest, dus ook alle tanden, van de Allosaurus is helemaal origineel.

Van vondst tot skelet

Het prepareren was een enorm werk. Zo moest het bekken uit keiharde zandsteen uitgeprepareerd worden. De moeilijkheid hierbij is dat het fossiele materiaal ongeveer even hard is als het gesteente waaruit de botten moesten worden vrijgemaakt. In zo'n geval is de overgang tussen bot en steen lastig vast te stellen en wordt het uitprepareren een zeer tijdrovende bezigheid. De halswervels zaten verborgen in kleisteen. Dat gaf weer andere problemen bij het uitprepareren, namelijk dat ze nogal vervormd waren. De preparateur heeft ze schitterend weten te reconstrueren en een zwak S-vormig gebogen nek gemaakt. Deze vorm is bekend van eerder gemaakte reconstructies. De Allosaurus is opgesteld in een actieve houding, alsof het skelet wegloopt.

Bruin

Het skelet is overwegend bruin vanwege het aanwezige ijzeroxide (roest). Maar er zijn ook wittige vlekken zichtbaar op het fossiele materiaal. Deze vlekken zijn waarschijnlijk veroorzaakt door een onbekend mineraal dat bij het uiteenvallen een deel van het ijzeroxide heeft opgelost waarbij de vlekken zijn ontstaan.

Waar werd de Allosaurus gevonden?

De Allosaurus van het Museon is gevonden in de wereldberoemde Morrison Formatie. Het is een afzetting die tussen 155 en 148 miljoen jaar geleden is gevormd in het centrale deel van de Verenigde Staten. De Morrison Formatie beslaat een oppervlak van 1,5 miljoen km². Deze afzettingen zijn gevormd in een tijd waarin het klimaat veel warmer was dan nu. Tot op 60° noorderbreedte (thans de zuidpunten van Groenland en Finland) heerste er een subtropisch klimaat. Er zijn aanwijzingen dat er ook droge seizoenen waren.
In het zuidelijk deel van de Morrison Formatie vinden we zandstenen die als duinen in een woestijn zijn gevormd. Iets noordelijker bestaat de Morrison Formatie uit afzettingen die zijn neergelegd door meanderende rivieren. Zij hebben sporen achtergelaten in de vorm van zandige stroomgeulen. In deze rivierafzettingen is de Allosaurus gevonden.

Leefwijze van de Allosaurus

De Allosaurus heeft waarschijnlijk de leefwijze van een actieve predator (roofdier) gehad, maar heeft zich vermoedelijk ook gevoed met aas. Gezien het aantal exemplaren dat in verschillende groeven bij elkaar is gevonden, kan het zijn dat Allosaurussen in kleine groepen geleefd hebben en als groep jacht gemaakt kunnen hebben op een prooi. Plantenetende tijdgenoten als de diplodocus, de apatosaurus (voorheen Brontosaurus genoemd), de stegosaurus en de camarasaurus (te zien in Naturalis) zouden tot maal gediend kunnen hebben. Zeker is dat op staartwervels van enkele apatosaurussen de vraatsporen van een Allosaurus zijn gevonden. Volgens onderzoekers zou dit kunnen duiden op het eten van aas.

Grootste vleeseter

In het laatste deel van de Jura Periode was de Allosaurus de grootste vleeseter die in Noord-Amerika, Afrika, Australië en China rondliep. Met een grootte van 8 tot 12 meter woog een volwassen Allosaurus vermoedelijk enkele duizenden kilo's. Een Allosaurus liep op zeer krachtige achterpoten waaraan ook nog flinke klauwen zaten. De staart was een belangrijk hulpmiddel bij het bewaren van zijn evenwicht. Elke voorpoot heeft drie vingers met scherpe nagels en is ongetwijfeld gebruikt om er een prooi mee vast te houden. De voorpoten van een Allosaurus zijn langer dan de voorpoten van Tyrannosaurus rex . De schedel van een Allosaurus is tamelijk licht gebouwd. Grote openingen tussen de schedelbeenderen zorgden enerzijds voor een lichte bouw, maar tevens voor grote stabiliteit van de schedel bij het verorberen van zijn maal. In zijn kaken zitten in zeventig scherpe dolkvormige tanden.

Dino-kerkhof

Op enkele plaatsen zijn meerdere Allosaurus-skeletten bij elkaar gevonden. Men denkt dat deze dieren in kleine groepen geleefd hebben. Zij kunnen als groep gejaagd hebben. De Allosaurus heeft op plantenetende dinosaurussen gejaagd, zoals Diplodocus, Apatosaurus (voorheen Brontosaurus genoemd), Stegosaurus en Camarasaurus. Vermoedelijk heeft de Allosaurus zich ook gevoed met aas.

Othniel Marsh, de 'ontdekker' van de eerste Allosaurus

Othniel Marsh, de 'ontdekker' van de eerste Allosaurus

Allosaurusvondsten

De Allosaurus is al in de vorige eeuw beschreven als Allosaurus fragilis, door de beroemde paleontoloog Othniel Marsh (1877). De beschrijving geschiedde op basis van een tand, enkele rugwervels en een teenkootje. Na enige tijd kon de beschrijving verbeterd worden. Er zijn inmiddels veel exemplaren van de Allosaurus gevonden, zodat deze dinosaurus nu goed bekend is. Zo zijn er in de Cleveland-Lloyd Dinosaur Quarry in Utah zeker 44 exemplaren gevonden. Het waren zowel volwassen als jonge exemplaren. Dit is vreemd, omdat in de regel vleeseters niet met deze grote aantallen bij elkaar gevonden worden.

Er is echter vastgesteld dat in de zogenaamde dinosauruskerkhoven toch vrij veel vleeseters aangetroffen worden. Een dergelijke vondst zou voor planteneters beter te begrijpen zijn, omdat van veel planteneters bekend is dat zij in kuddes geleefd hebben. De onderzoekers hebben aanwijzingen dat hier sprake moet zijn van een zogenaamde predatorval. Dat betekent dat predatoren bij hun jacht op een prooi op dezelfde manier aan hun einde komen; zij kunnen bijvoorbeeld vallen in een ondergrondse holte of wegzinken in een moeras. Mogelijk zijn veel vleeseters hier als aaseter aan hun einde gekomen.

De schedel van de Allosaurus in de CT-scanner

De schedel van de Allosaurus van het Museon in de CT-scanner

Onderzoek naar de Allosaurus van het Museon

In 2014 hebben drie studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoek aan de allosaurus van het Museon gedaan. Het doel: meer te weten komen over het leven van de dino.

Groeilaagjes in de botten

Een van de studenten Sifra: ‘Ik heb een gat geboord in zijn dijbeen. Zo kan ik de microscopische groeilaagjes in het bot tellen. De botten groeien in de winter en in de zomer niet even snel. Daardoor krijg je eigenlijk jaarringen, net als bij bomen’, legt de studente uit. Door deze laagjes te tellen heeft ze de ouderdom van de allosaurus bepaald. ‘We denken dat de allosaurus ongeveer vijftien jaar oud was; dat is ruim volwassen.’

CT-scan

Ook bracht de Allosaurus een bezoekje aan het HagaZiekenhuis in Den Haag. Daar wachtte de CT-scan. Jelle: ‘Als je de schedel door de CT-scan haalt, kun je alle botten en holtes goed zien.’ Volgens hem hielp het ziekenhuis graag mee. De dokters vonden het vooral heel interessant om met de ongebruikelijke patiënt te werken. ‘Helaas zit de hersenholte vol met klei, waardoor we niet weten hoe intelligent de dino was’, betreurt Jelle. ‘Wel weten we nu dat de schedel redelijk compleet is.’

Je bent wat je eet

Jasper bestudeert de tanden van de Allosaurus: ‘Je bent wat je eet. Dat geldt ook voor allosaurussen. Wanneer de tanden groeien, laat het type voeding een patroon achter in de tanden.’ Jasper bekijkt dat patroon om uit te vogelen wat de dino at. ‘Ik zie twee signalen in het patroon. Het ene is karakteristiek voor voeding uit bergachtig gebied, het andere voor laaglandvoedsel. Waarschijnlijk migreerde onze allosaurus tussen deze gebieden, om het hele jaar te kunnen eten.’